Update

Door: AUMACON

datum: 15.01.2016

Vestigingenafbouw verloopt trager dan gewenst

Het terugdringen van het aantal outlets is al jarenlang het gezamenlijk streven van de dealersector. Toch wil het niet er vlotten. Niettemin kwam het aantal nieuwverkopen per outlet in 2015 weer eens boven de 200 uit. met dank aan de fiscus. Dit en veel meer blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van AUMACON.

Het is een algemeen geaccepteerd gegeven: Nederland is overbedealerd. Veel te veel autowinkels voor vroeger zo’n half miljoen, tegenwoordig een benauwde 400 duizend nieuwe auto’s per jaar. De tijden waarin je welhaast in ieder dorp een Opel of Ford kon kopen liggen ver achter ons. Het was ook de tijd waarin importeurs nog niet al te gekke eisen stelden. Een hoge distributiegraad was prioriteit, de kwaliteit en uitstraling van het dealerbedrijf nog ondergeschikt. Die tijden zijn veranderd. Veel merken die ooit meer dan honderd getekende dealercontracten in de kluis hadden liggen hebben nu nog maar 30, 40 contractanten. Er is bijna zelfs van een omgekeerde wetmatigheid: hoe groter het merk, des te mindercontractpartners er nog over zijn. Neem marktleider Volkswagen: in 2005 nog 75 contractpartners, nu nog maar 33. Of nog extremer: Renault ging in diezelfde tijd van 39 naar17 contracten. Daarentegen hebben enkele kleinere merken nog een vol huis. Suzuki spant de kroon met 86 contractpartners, maar ook Mitsubishi (80) en Citroën (54) zitten nog met veel verschillende ondernemers om tafel.

Vooral minder Nissan-contracten

De jongste netwerktelling van AUMACON levert andermaal een gestage afbouw van het aantal contactpartners op. Van 1.104 partners per eind 2014 naar 997 partners per november jongstleden. Dat is toch een fikse beweging. Ter vergelijk: in 2005 ging het nog om 1.483 verschillende contracten, waarmee de jaarlijkse afbouw dus zo’n 50 contracten groot is. In 2015 zijn er dus meters gemaakt; er zijn dit jaar een meer dan gemiddeld aantal contracten in de vuilnisbak beland.
Dit proces is natuurlijk niet voor ieder merk even intensief geweest. Afgelopen jaar is Nissan het drukst geweest met het snijden in de contracten; er zijn nu nog 48 van de 75 contracten van een jaar geleden over. Andere opvallende saneerders waren Hyundai (van 57 naar 45 contractpartners), Mazda (van48 naar 42) en de merken uit de Pon-stal. Zo bouwde Volkswagen het aantal partners verder af naar slechts 33 ondernemingen en staan zowel Seat als Skoda nu op 36 contracten en Audi op 32.
Het aantal salesoutlets van de contractpartners daalde afgelopen jaar daarentegen slechts met75 stuks (van 1.936 naar 1.861 outlets; geen spectaculaire vermindering dus in het licht van de onbevredigende rendementen. Veel auto-ondernemers zouden natuurlijk best wat vestigingen willen afstoten, maar de vastgoedsituatie (men is ook vaak eigenaar) laat dat vaak niet toe. Leegstand is in veel gevallen nóg minder aantrekkelijk dan een matig rendement in het autobedrijf. Dus wordt het bedrijf nog maar even voortgezet en hoopt men ondertussen op betere tijden.

200-grens weer overschreden

In 2011 jaar werd voor het eerst een verkoopgemiddelde per showroom genoteerd van meer dan 200 stuks. De totaalmarkt van dat jaar (ruim 555 duizend stuks) was daarbij de drijvende kracht. Maar ook in 2012 – met een totaalmarkt van ruim 502 duizend stuks – werd de 200 stuksgrens weer nipt aangetikt. Sindsdien ging het bergafwaarts. Vorig jaar werden 179 personenauto’s per showroom weggezet, dit jaar steeg deze belangrijke parameter niettemin naar 204 stuks. Nog steeds veel te weinig voor een gezond rendement, maar de weg omhoog lijkt in ieder geval weer gevonden. Een aantal merken heeft daarbij al een belangrijke voorsprong. Op de eerste plaats is dat marktleider Volkswagen. Vorig jaar nog 405 stuks per winkel, nu doorgestegen naar de fraaie score van 570 stuks per showroom. Ook huisgenoot Audi zit op een veilig aantal van 338 stuks per showroom. Opvallend is ook de verbetering in de Renault-organisatie, dit jaar 333 stuks per winkel, tegenover de magere 214 stuks van vorig jaar. Overigens  wordt deze prestatie enigszins teniet gedaan door de terugloop bij Dacia.
Zorgen zijn er vooral bij kleine merken, 26 Subaru’s, 32 Honda’s en 32 Alfa’s per showroom wordt wel erg penibel. Maar ook met bijvoorbeeld Fiat (149 stuks)en Suzuki (114 stuks) is het lastig om iets te verdienen.

Langzaam afscheid

Gelijktijdig met de afbouw van het aantal showrooms verloopt de voortgaande uitsterving van het fenomeen subdealer. De meeste merken kennen deze contractstatus al helemaal niet meer, maar vooral bij Franse merken – maar ook bij Volkswagen en Ford – is het niettemin nog een gebruikelijk verschijnsel. Hun aantal dunt gaandeweg wel verder uit. Bij de jongste telling was het aantal subdealers al geslonken tot 170 bedrijven, tegenover 223 per eind 2014. Maar ook het aantal erkend reparateurs staat inmiddels op een stabiel laag aantal van nog maar 343 bedrijven.

Lees meer

Winstgevendheid | NL

info Dealerholding Top-100


datum: 27.03.2017

tekst: Bovag en AUMACON

Stabiel rendement voor autodealers in 2016

Hoewel vorig jaar de autoverkoop met ruim 15 procent afnam tot het laagste niveau sinds eind jaren ’60 wisten de Nederlandse autodealers hun nettowinst met gemiddeld 1,05 procent stabiel te houden ten opzichte van 2015.
Kostenbeheersing en schaalvergroting blijken de sleutel tot een positief rendement, zo blijkt uit de Branche Barometer van BOVAG Autodealers. In 2015 bedroeg het nettoresultaat 1,11 procent.

Schaalvergroting
Afgelopen jaar werden slechts 383.501 nieuwe personenauto’s geregistreerd, maar door de schaalvergroting in de branche steeg het aantal verkochte auto’s per verkooppunt met 2 stuks naar gemiddeld 285. De gemiddelde verkoopprijs per auto daalde ten opzichte van 2015 met bijna 1.000 euro naar 18.217 euro exclusief BTW en BPM. Als gevolg van het samenvoegen van verkooppunten nam het aantal verkopers per vestiging toe van 3,2 FTE in 2015 tot 3,5 in 2016. Het aantal verkochte auto’s per verkoper (zowel nieuw als gebruikt, exclusief verkoop aan de handel) daalde daardoor met 15 procent tot 137, terwijl de loonkosten per verkochte auto ruim 10 procent hoger lagen, op 428 euro. De huidige personele bezetting biedt in elk geval voldoende ruimte om de verwachte toename in verkoopvolume dit jaar (prognose: 415.000 nieuwe auto’s) te faciliteren.

After sales
In de werkplaats is de gemiddelde omzet in 2016 met 5,5 procent afgenomen ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl het aantal FTE per vestiging stabiel bleef op 5,8. Dat resulteerde in een daling van 4 procent in het aantal gefactureerde uren per monteur, van 1.431 uur in 2015 naar 1.373 in 2016. De absorptieratio, oftewel de mate waarin after sales de totale kosten van het dealerbedrijf dekt, steeg door de kostenbeheersing desondanks van 75 naar 79,9 procent.

Continuïteit waarborgen
De markt blijft uitdagend, maar lijkt het economische tij mee te krijgen en biedt ook kansen voor nieuwe businessmodellen. De fictieve barometer schuift daarmee steeds verder weg van ‘regenachtig’, in de richting van ‘veranderlijk’. Bert de Kroon, voorzitter BOVAG Autodealers, benadrukt de noodzaak van meer omzet: “Een hoger omzetniveau wordt dit jaar een voorwaarde om voldoende rendement uit onze personele bezettingen te halen. We kunnen concluderen dat de schaalvergroting en kostenbeheersing hun noodzakelijke bijdrage aan de nettowinst leveren. Om de continuïteit te waarborgen zal ook het rendement uit onze mensen omhoog moeten.”

Over de BOVAG Branche Barometer
De BOVAG Branche Barometer is door BOVAG Autodealers met grote zorg vastgesteld op basis van gemiddelden van alle deelnemende automerken over heel Nederland, in samenwerking met de analisten van ASE. Leden van BOVAG Autodealers krijgen vier keer per jaar toegang tot de uitgebreide kwartaalrapportage


datum: 11.08.2016

tekst: AUMACON, Automotive, Bovag en ABNAmro

Middelgrote dealers hebben het ‘t moeilijkst

Ondanks dat middelgrote dealers goed hebben verdiend aan de eindsprint in 2015, dreigen deze bedrijven tussen wal en schip te vallen. Voor de middelgroten (dat zijn dealers met een omzet tussen de 20 en 100 miljoen euro per jaar) was 2015 een hoopvol jaar. Vooral dankzij aanscherping van de fiscale spelregels voor leaseauto’s kregen de nieuwverkopen een impuls. Overcapaciteit en krappe marges blijven het segment echter parten spelen, maar voor de ‘witte raven’ liggen er ook kansen.

Gunstige effecten
Dealers van populaire leasemerken hebben flink geprofiteerd van de fiscaal gedreven verkoophype aan het eind van 2015. Maar Theo de Kort, sectoreconoom Autoretail bij ABN Amro, benadrukt dat de dealers ook in andere opzichten het tij mee hadden. “In de occasionmarkt werden eveneens hogere volumes en betere prijzen gerealiseerd. En na jaren van daling leefde ook de aftersales op, wellicht een inhaaleffect als gevolg van uitgesteld onderhoud.” Een hoopvol jaar dus, waarvan je verwacht dat de gunstige effecten terug te zien zijn in de cijfers van de middelgrote dealerholdings. Dit segment ligt bij marktvorsers en autoretail deskundigen al enige tijd onder het vergrootglas. Hun uitdaging in een notendop: overcapaciteit in de markt, een relatief dure centrale organisatie en als gevolg daarvan dunne marges.

Lage bruto marge
Natuurlijk maakt één zwaluw nog geen zomer. Autohaas spreekt de verwachting uit dat 2016 ‘geen gemakkelijk, maar wel een redelijk’ jaar zal zijn. Feit is dat de middelgrote dealerholdings minder de wind in de rug hebben dan vorig jaar. ABN Amro verwacht dit jaar voor de gehele sector licht lagere omzetten, vooral door minder nieuwverkopen. Op langere termijn blijft de markt uitdagend, vooral doordat er structureel minder nieuwe auto’s worden verkocht.

bovag

Volgens de Bovag branchebarometer realiseren de grootste dealers de hoogste rendementen en is dat ‘volledig te verklaren door een betere verhouding tussen omzet en kosten’. Daarbij hoort wel de kanttekening dat de brancheorganisatie naar de cijfers van specifieke dealervestingen kijkt en dus niet op geconsolideerd niveau. Bij de hoogste omzetgroep zien we een betere beheersing van de indirecte kosten”, zegt Bert de Kroon, voorzitter van Bovag Autodealers. “Respectievelijk 13,8 procent voor de groep met de laagste omzet, 12,4 procent voor de middengroep en 10 procent voor de dealers met de hoogste omzetten. De grootste dealers presteren het beste op personele kosten en huisvesting. Ook de reclamekosten liggen procentueel lager. “Daarnaast zijn er specifieke verschillen per omzetgroep. De Kroon: “We zien bijvoorbeeld dat de bruto marges op de verkoop van nieuwe auto’s bij middelgrote dealers het laagst zijn. Als het gaat om occasions, magazijn en werkplaats lijkt kleinschaligheid juist gunstig voor de brutomarge. Grote bedrijven maken dit wel weer goed met efficiëntere afdelingskosten op een groter volume.”

Witte raven
De ‘witte raven’ onder de middelgrote dealerholdings zijn de bedrijven die ondanks de lastige marktomstandigheden hun rendement op peil weten te houden en ruimte scheppen voor noodzakelijke investeringen. Het toverwoord: kostenefficiëntie. “Daarnaast zijn ze stevig geworteld in de regio, voeren ze een actief occasionbeleid en hebben ze het ‘klant is koning’-principe verankerd in de dienstverlening”, vult De Kort aan. Dat vereist een sterke online oriëntatie en aandacht voor nieuwe – veelal digitale – klantconcepten, zoals automatische werkplaatsafspraken, tevredenheidschecks en online service buiten reguliere openingstijden. Optimalisering van de dienstverlening sluit aan bij de vaststelling dat de automarkt zich ontwikkelt tot een vervangingsmarkt, waarbij retentie in de vorm van herhaalaankopen cruciaal is voor succes.
Een voorbeeld van een propositie om de klantloyaliteit te versterken is het Klanten Contact Center (KCC). Hekkert Autogroep – sinds enige jaren de enige dealer van Opel in de provincie Limburg – was enkele jaren geleden een van de eersten met een KCC. Het KCC maakt alle telefonische werkplaatsafspraken voor de zes vestigingen van de groep. Afspraken komen niet alleen tot stand op verzoek van de klant, maar ook op eigen initiatief.

Top-50 huurt 60 procent locaties
Ondanks dat middelgrote dealers goed hebben verdiend aan de eindsprint in 2015, dreigen deze bedrijven tussen wal en schip te vallen. Een specifiek punt van aandacht betreft het afstoten van dure, onrendabele meters showroom. Vorig jaar waarschuwde brancheorganisatie Bovag dat overcapaciteit zal leiden tot halvering van het aantal showrooms in de komende jaren. Theo de Kort (ABN Amro): “In de praktijk zien we dat importeurs hun netwerk invullen met als gemiddelde norm twintig minuten rijden voor showroombezoek en 10 tot 15 minuten voor reparatie en onderhoud.” De cijfers suggereren dat de (zeer) grote dealerorganisaties het beste gepositioneerd zijn om in te spelen op deze ontwikkeling. De Kort: “Zoals uit AUMACON-onderzoek blijkt huurt de top-50 circa zestig procent van hun locaties. Dat maakt het relatief eenvoudig om onrendabele showroommeters af te stoten. Voor het segment daaronder geldt dat slechts tien procent van de locaties wordt gehuurd. Dus zijn ze minder flexibel met als gevolg dat locaties die eigenlijk niet rendabel zijn, toch openblijven.”

300 daken minder
Toch lijken dealers zich goed bewust van het vastgoedprobleem. In de afgelopen twee jaar sloten dealers bijna dertien procent van de dealervestigingen – op een totaal van ruim tweeduizend vestigingen – hun deuren. Die afname van het aantal vestigingen heeft volgens de Bovag branchebarometer een positief effect op het gemiddelde dealerrendement. Daarnaast zijn veel importeurs – vooral van de grote volumemerken – bezig met het reorganiseren van hun dealernetwerken om de verkopen per vestiging op een hoger niveau te brengen en de intrabrand concurrentie te verminderen.
Daarbij is de trend dat de markt wordt opgedeeld in geografische werkgebieden, die vervolgens door één dealer worden bediend. Ook hier hebben de grote holdings een groot voordeel; zij kunnen immers relatief makkelijker een vestiging sluiten en die opvangen met andere vestigingen.  Een dealerbedrijf met drie vestigingen kan er nooit een sluiten zonder dat het de grens van het eigen rayon onder druk zet. Een megaholding als Stern kon daarentegen zonder veel problemen een reeks aan Opel- en Fiat-vestigingen sluiten. Die ontwikkeling heeft twee kanten. Aan de ene kant kunnen bedrijven hun dealercontract verliezen, waarna in veel gevallen een toekomst resteert als onafhankelijk autobedrijf met mogelijk een erkend reparateurschap van het merk. Maar voor de dealers die overblijven is het goed nieuws. Zij krijgen immers een groter afzetgebied en daarmee de mogelijkheid het rendement te verbeteren. Het probleem voor kleine- en middelgrote dealers hierbij is dat de importeur ze kan offeren voor de stabiliteit van de grote holdings. Importeurs als Hyundai en Jaguar Land Rover hebben meerdere dealers, waaronder middelgrote, de wacht aangezegd om ruimte te creëren voor grote holdings.

Verwachtingen
Elektrificatie, nieuwe distributieconcepten, private lease en verdergaande flexibilisering van het autogebruik zijn belangrijke drijvers van veranderingen in het dealerlandschap. Aanhaken bij deze ontwikkelingen vereist forse investeringen, maar juist bij veel kleine en middelgrote dealers zijn de totaalmarges in euro’s dun. Bedrijven die matig presteren, hebben nauwelijks vet op de botten en zullen ook niet snel financiering kunnen krijgen voor de broodnodige investeringen.

Volgens brancheorganisatie Bovag hanteren de banken voor de kapitaalintensieve autobranche een solvabiliteitseis van 21 tot 25 procent (eigen vermogen / totaal vermogen), captives hanteren doorgaans een wat soepelere standaard. De drie geanalyseerde dealerholdings zitten wat dat betreft goed (zie kader). Eerder constateerde Egon van Geenhuizen – directeur van DFM, de grootste captive van Nederland – dat er geleidelijk weer ruimte komst voor investeringen bij autobedrijven. “De dealers lijken de weg naar boven te hebben ingezet. Er is een hoog kostenbewustzijn, en dat maakt dat er toch geld verdiend wordt.” Maar voor grote investeringen is of veel kapitaal of veel schaalgrootte nodig. De top-25 dealers kunnen redelijk eenvoudig investeren, ook als er minder reserves zijn. Als een middelgrote dealer geen reserves heeft, wordt het lastig.

Consolidatie
Fusies en overnames spelen een belangrijke rol bij het oplossen van overcapaciteit in de markt. De minder goed presterende dealerbedrijven zijn veelal uit de markt gehaald door een overname. Het consolidatieproces in het dealerlandschap is nog steeds in volle gang. Sinds 2008 is het aantal middelgrote bedrijven met 50 tot 100 werknemers met 28 procent afgenomen; het aantal grote bedrijven met meer dan 100 werknemers stabiliseerde in diezelfde periode. De Kort: “Een steeds groter deel van de omzet wordt gemaakt bij een klein steeds kleiner aantal grotere dealerholdings.”
Kwetsbare dealers worden veelal overgenomen door dealerholdings met vergelijkbare merken om op die manier de mogelijkheden van schaalvergroting, sanering en rationalisatie optimaal te benutten. Maar meer en meer worden ook ‘nieuwe’ merken aan een dealergroep toegevoegd, bijvoorbeeld met het oog op het uitbreiden van de eigen leaseactiviteiten.
De Kort benadrukt dat er in elk segment bedrijven zijn die aanzienlijk beter dan gemiddeld presteren. “Vaak is een middelgrote dealerholding van oorsprong een familiebedrijf, geworteld in de regio en met een goede naam bij klanten. Dat is veel waard. Voor de volumemerken geldt bovendien dat de importeurs belang hebben bij risicospreiding. Zij willen niet afhankelijk zijn van een één of twee landelijke dealers en zullen dus altijd zaken blijven doen met regionale contractpartners.” Lees ook het Bovag-onderzoek ‘Samen werken aan retailbeleving’ in CARmonitor.

 Samenwerkingen
De ‘witte raven’ onder de middelgrote dealerholdings zijn juist relatief gunstig gepositioneerd om in te spelen op het sterk veranderende consumentengedrag. Betere rendementen en een gezondere balans geven deze partijen de financiële ruimte voor de noodzakelijke investeringen in digitalisering en het verbeteren van de dienstverlening. “Daarnaast moeten de processen op orde zijn voor het realiseren van een goed bruto- en afdelingsrendement”, stelt De Kroon van Bovag. “Het hoogste rendement wordt gerealiseerd door dealers met de juiste verhouding tussen personeel en omzet, met ander woorden bij bedrijven die per verkoper en monteur een goede productiviteit halen.”
Een boodschap die geldt voor alle dealers, maar zeker de minder kapitaalkrachtige is dat ze meer moeten samenwerken. Met elkaar, maar ook met andere partijen. Dat besef leeft weliswaar, maar in de afgelopen jaren hadden veel dealers wel iets anders aan hun hoofd dan het spaarzame geld te investeren in service, samenwerkingen of innovaties. Alles gaat stapje voor stapje, zeker bij de middelgrote dealers die niet over de capaciteit beschikken om op alle initiatieven aan te haken. Maar ze hebben geen keuze.


datum: 28.06.2016

tekst: AUMACON

Meeste dealerholdings hebben uitstekend jaar achter de rug

Okay, de fiscus heeft een handje geholpen. Je hoort de Nederlandse dealerholdings dan ook niet klagen: 2015 is financieel in de meeste gevallen als prima jaar de boeken in gegaan. En passant werd ook het gezamenlijk marktaandeel weer wat verder opgepoetst. Dit blijkt uit een analyse van de jongste editie van de AUMACON Dealerholding Top-100.

Er dreigt een kloof te ontstaan tussen grote en kleine bedrijven in de wereld van de autodealers. Dat wordt het duidelijkst zichtbaar bij de ontwikkeling van het gezamenlijk marktaandeel van de 50 grootse dealerholdings. Toen AUMACON dit in 2004 voor het eerst in kaart bracht was dit gezelschap nog maar goed voor 33,5 procent van de totale autoverkoop (nieuwe personen- plus bestelauto’s) in ons land. Vorig jaar kwam diezelfde Top-50 uit op een aandeel van liefst 55,2 procent. Ieder jaar pakken deze grootste jongens er een tot twee procentjes marktaandeel bij. In dit tempo zouden ze over een jaar of 25 de hele markt in handen hebben.        Vanaf de 2013-editie is dit onderzoek uitgebreid tot de 100 grootste holdings. Het totale aandeel van de Top-100 was in 2013 nog 64,1 procent. Vorig jaar klom dat naar 68,6 procent, pakweg eenzelfde toenametempo dus. De echte accelaratie zit ‘m namelijk in de kop van het klassement. De Top-10 – in 2004 nog bescheiden met 17,5 procent van de totaalmarkt – had in 2015 liefst 28,2 procent van de markt in handen. De groei van de Top-50 en Top-100 wordt dus met name aangedreven door de tien topholdings.

Winst holdings weer verbeterd
AUMACON verzamelde ook de financiële resultaten van de dealerholdings. Onder moeilijke marktomstandigheden – zoals we die in ons land al jaren kennen – zouden die namelijk voor de grote molochs wel eens extra slecht kunnen uitpakken. Niets is echter minder waar. Al jaren doen de grote autobedrijven het beter dan de kleinere. 2015 is daar geen uitzondeling op. Sterker nog: de resultaten zijn in de meeste gevallen gewoon goed te noemen. Voor het correct begrip: de rendementen van de dealerholdings zijn concerncijfers, dus inclusief bijkomende activiteiten zoals leasing.
In 2012 noteerden de 50 grootste dealerholdings gemiddeld nog een rendement van 0,98 procent (winst voor belasting gerelateerd aan de netto-omzet) gevolgd door gemiddeld 1,10 procent in 2013 en 0,99 procent in 2014. Het voorlopig cijfer voor 2015 staat op 1,72 procent; bij het sluiten van het onderzoek hadden nog niet alle holdings hebben hun cijfers gepubliceerd. Niettemin is dit voorlopig resultaat royaal beter dan het overall gemiddelde van de Nederlandse autodealers; dat was in 2015 1,10 procent, in 2014 zelfs slechts 0,01 procent (bron: Bovag).

Verstandige keuzes
Het succes van de grote dealerholdings heeft – aldus de onderzoekers – meerdere oorzaken. Op de eerste plaats hebben veel holdings – onder druk van de importeurs/fabrikanten – al jaren terug de verstandige keuze gemaakt voor merkenfocus. Niet langer is een breed merkenpallet de wenssituatie, maar liever een homogeen merkencluster – ook al is dat voor de consument niet altijd even handig. Een onsamenhangende verzameling merken brengt namelijk veel inefficiëntie met zich mee, denk maar aan al die verschillende ict-systemen en uiteenlopende eisen van auto-importeurs. Daarnaast is ook focus ontstaan op aaneengesloten bewerkingsgebieden; bij voorkeur worden naburige bedrijven overgenomen waardoor grote, samenhangende bewerkingsregio’s ontstaan waarbinnen men een dominante marktpositie realiseert. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de afbouw van inefficiënte vestigingen. Niettemin groeide het aantal vestigingen (daken) van de 50 grootste holdings vorig jaar licht. Eind 2015 had een doorsnee Top-50 holding 13,2 verschillende verkoopvestigingen, eind 2014 waren dat er 13,1. Enkele grote overnames (met name door AutoHaag Zeeuw, Louwman Dealer Group en Van Mossel) waren de achterliggende drivers. Over een wat langere periode bezien is toch echt wel sprake van een vestigingenafbouw; in 2012 ging het namelijk nog om gemiddeld 13,8 vestigingen per holding.

VW/Audi-dealerschap is profijtelijk
Holdings lijken ondanks hun grotere omvang per saldo toch beter in staat om zich aan te passen aan grillige marktomstandigheden dan kleine dealers. Ze groeien en snoeien tegelijkertijd. Vooral in de stedelijke gebieden gaan kleinere dealers het steeds moeilijker krijgen en is het nog slechts een kwestie van tijd voordat ze uit de markt gedrukt worden. Er blijkt echter nóg een kritische succesfactor te zijn: de ontwikkelingen van aanpalende nevenactiviteiten. Het exploiteren van eigen schadebedrijven en vooral van een eigen leasebedrijf – bij voorkeur in combinatie met een verhuurbedrijf – wordt cruciaal. Daarmee ontstaat immers de mogelijkheid binnen de muren van de holding omzet te ontwikkelen. En dan is er nóg een factor, wellicht een tijdelijke: een merkfocus op Volkswagen en Audi. Van de zes dealerholding die vorig jaar een rendement van meer dan drie procent noteerden zijn er vijf primair gericht op deze beide Pon-merken. Of dit een bestendige situatie is zal de toekomst uitwijzen, er is immers nog geen zicht op de gevolgen van de sjoemelzaak. Maar als er één dealernetwerk is dat wel een stootje kan hebben dan is het deze wel; de meeste VW/Audi-dealers hebben – mede door de vroegtijdige saneringen door de importeur – enig vlees op de botten.

Meerderheid huurt
In deze jongste editie van de AUMACON Dealerholding Top-100 is wederom speciale aandacht besteed aan de eigendomsituatie van de bij holdings in gebruik zijnde panden. De dealersector lijkt namelijk vooral inflexibel geworden door de vastgoedbelangen die men tegelijkertijd heeft. In goede tijden zijn nieuwe bedrijfspanden gebouwd. Vaak worden dealerbedrijven ondanks slechte rendementen toch maar opengehouden omdat er geen alternatieve aanwending is. Daardoor is een snelle afbouw van het aantal vestigingen op voorhand onmogelijk. De grote holdings bedienen zich in meerderheid van huurpanden, waardoor er meer flexibiliteit en slagkracht ten aanzien van het vestigingsbeleid ontstaat. Het verschil tussen de Top-50 bedrijven en de daaropvolgende categorie 51 tot 100 is opmerkelijk: resp. 62 procent tegenover 44 procent huurpanden. Buiten de Top-100 is het overgrote deel van de bedrijfspanden nog in eigendom.

Stern stabiel op één
De soevereine nummer één van Nederland – de beursgenoteerde Stern Groep – verkocht vorig jaar 29.209 nieuwe (bestel)auto’s; 25,2 procent meer dan in 2014. Op de plekken twee en drie respectievelijk PGA Nederland (+28,9%) en Van Mossel Groep (+19,4%). Van Mossel realiseert van de top drie wel het hoogste verkoopaantal per vestiging (635 stuks per vestiging). Stern Groep (384 stuks/vestiging) en PGA Nederland (490 stuks) noteren een geringere output per vestiging die gemiddeld voor de Top-50 holdings overigens op 456 stuks ligt.
De AUMACON Dealerholding Top-100 kende in 2015 tien nieuwe ‘gezichten’. Allereerst twee splitsingsbedrijven: Frank Vaneman Automotive (op plek 45, gesplitst van Van Kouwen/Opel) en Stam-Nefkens (plaats 47, gesplitst van Stam Groep/Renault). Verder een achttal groeiende holdings: AutoBinck (63), Van Beek Citroën (70), Maas Autogroep (79), Borchwerf (82), Bourguignon (85), Oostendorp (88) , Nieuwenhuijse (98) en hekkensluiter Van Gent Autobedrijven (100).

Tevredenheid van dealerbedrijven

Rodi 2016: BMW/Mini aan kop, Fiat in kelder

De gemiddelde waardering van de dealers daalde met 0,1 procentpunt naar een 6,6. Vooral de verzwaarde standaards vielen niet goed. Vier op de tien dealers geven aan dat in 2016 de sales standards verder zijn verzwaard, terwijl zij hun rol in afspraken tussen importeurs en grote afnemers, zoals leasemaatschappijen en verhuurders, verder ingeperkt zien. Bovag Autodealers vindt dat een flexibeler beleid op zijn plaats is.  “Daar waar importeurs zich meer en meer in het vaarwater van de retail begeven en de consument zich vrijwel volledig online oriënteert, mag je juist meer flexibiliteit in de dealercontracten verwachten. Vooral wanneer ‘profijt van importeursafspraken met rentals, fleetowners en leasemaatschappijen’ het meest genoemde verbeterpunt is.” Een bemoedigende ontwikkeling is volgens Bovag te zien in de be- en afhandeling van garantiezaken. Deze punten stegen het meest ten opzichte van 2015.

Na BMW (dat vorig jaar niet was opgenomen in de lijst) volgen Renault/Dacia (8,0), Audi (8,0) en Opel (7,9) terwijl meervoudig winnaar Volvo een vol punt inleverde ten opzichte van 2015 en met een 7,8 de top vijf completeert. Fiat en Peugeot bleken met -1,3 en -1,4 punt de grootste dalers, waarbij Fiat met een overall score van 3,7 de lijst met beoordeelde importeurs afsluit.

In de BOVAG Conjunctuurpeiling worden BOVAG-leden twee keer per jaar* gevraagd hoe hun bedrijf het afgelopen halfjaar heeft gepresteerd ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. Op alle onderwerpen kunnen ondernemers slechts aangeven of er sprake is van een toename, afname of geen verschil (gelijk gebleven). Tevens wordt aan de BOVAG-leden, met uitzondering van de autowasbedrijven, gevraagd naar de verwachtingen voor het komende halfjaar.

Dealers beoordelen hun bank gemiddeld met een 5,7, dat blijkt uit RODI Banken 2014. BOVAG hield in 2014 een verkorte versie als tussentijdse peiling van dit tweejaarlijkse onderzoek waarin de relatie tussen banken en dealers wordt gepeild. In RODI Banken 2013 scoorden de banken gemiddeld 5,8.

Dealerholdings in het nieuws

info Dealerholding Top-100


datum: 07.07.2017

Pon stapt in Amerikaanse auto retailmarkt

Pon Holdings neemt een strategisch belang in de Amerikaanse IndiGo Auto Group. IndiGo vertegenwoordigt diverse merken uit het luxe segment, waaronder Porsche, Bentley, Lamborghini en Audi. Pon importeert en verkoopt deze merken al in Nederland. De bedoeling is dat het belang in IndiGo op termijn wordt uitgebreid en dat Pon volledig eigenaar wordt.

IndiGo Auto Group verwacht voor dit jaar een omzet van 700 miljoen dollar. Bij het bedrijf, dat onder leiding staat van oprichter Todd Blue, zijn vierhonderd mensen werkzaam. De groep heeft in totaal 10 vestigingen in Palm Springs, St Louis, Rancho Mirage (Californië) en Houston.

In de afgelopen jaren heeft Pon haar mobiliteits-portfolio in Noord Amerika sterk uitgebreid met  onder meer de recente overname van het in San Francisco gevestigde E-bike merk Faraday en de high-end performance merken Santa Cruz en Cervélo. Daarnaast worden in de Verenigde Staten, waar sprake is van een snel groeiende markt voor elektrische fietsen, E-bikes van Gazelle en Kalkhoff verkocht.


datum: 18.10.2016

Dusseldorp (50) neemt Maaral (93) over en stoot door naar plek 31, nèt achter BMW Retail (30)

Enkele weken geleden hebben beide partijen overeenstemming bereikt met betrekking tot de overname en vandaag is de definitieve koopovereenkomst ondertekend. De Maaral-vestigingen zullen verder gaan onder de naam ‘Dusseldorp’. Dusseldorp Automotive bezette in 2015 de 50ste plek in de Dealerholding Top-50, Maaral bereikte toen de 93ste plek. Het nieuwe Dusseldorp zou nu goed zijn voor de 31ste plek, nèt achter de grootste BMW/Mini-dealer van Nederland (BMW Retail Nderalnd), maar juist voor Pala Group (32).

De gedeelde visie, bedrijfscultuur en toenemende schaalvergroting in het BMW dealernetwerk hebben Jan Veldman doen besluiten zijn bedrijven te verkopen aan Dusseldorp Automotive, zo meldt het persbericht. Jan Veldman is sinds 1994 directeur eigenaar van de Maaral-bedrijven. Met zijn ruime ervaring en grote netwerk blijft Jan Veldman in een adviserende rol nauw betrokken bij de groep. Onder voorbehoud van goedkeuring door de ACM (Autoriteit Consument en Markt) zullen de Maaral-bedrijven worden toegevoegd aan Dusseldorp Automotive. Naar verwachting zal de beoogde transactie in het vierde kwartaal 2016 definitief afgerond zijn.


datum: 17.09.2016

Tekst: BN De Stem

Overname en fusie voor Tigchelaar-bedrijven

Zie hier ook wat De Volkskrant (op 20.09.2016) over dit onderwerp schreef.

De Bredase Ford-dealer Tigchelaar wordt deels overgenomen door de Van Mossel Automotive Groep uit Waalwijk. Het gaat om de vestigingen in Tilburg, Waalwijk en Oisterwijk.

De drie overige vestigingen in Breda, Etten-Leur en Oosterhout fuseren met autobedrijf Automotions uit Goes. De banen van alle honderd personeelsleden van Tigchelaar blijven behouden.

Dat bevestigt directeur Wijnand Tigchelaar. Vrijdagavond (16 september) werd het personeel van het bedrijf ingelicht over de plannen. Volgens Tigchelaar zijn er vooralsnog alleen intentieverklaringen getekend en lopen de onderhandelingen nog. De overname en fusie moeten per 1 oktober hun beslag krijgen.


datum: 21.04.2016

bron: PGA Nederland

Overname Pouw Automotive door PGA definitief

Volkswagen, Audi en Volkswagen Bedrijfswagen dealer Pouw Automotive is overgenomen door PGA Nederland NV. Pouw Automotive was de afgelopen jaren onderdeel van Dealer Groep Pon BV en Entero BV/ING en heeft vestigingen in Deventer, Hardenberg, Kampen, Meppel, Rijssen en Zwolle.

Binnen PGA Nederland wordt Pouw Automotive als een zelfstandig Volkswagen Audi cluster voortgezet. De huidige Algemeen Directeur van Pouw Automotive, Evert Muller, blijft aan als eindverantwoordelijke.

De ACM (Autoriteit Consument en Markt) heeft inmiddels bekendgemaakt dat er voor de overname geen vergunning vereist is. Ook de feitelijke overdracht van de aandelen heeft inmiddels plaatsgevonden. Pouw Automotive is met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 onderdeel van PGA Nederland. Bestuursvoorzitter van PGA Nederland, Simon Luijckx, is blij met de overname. “De overname van Pouw Automotive is een mooie uitbreiding van onze (merken)portefeuille en betekent voor ons een omzetgroei van zo’n 20%. In 2015 heeft onze focus vooral op netwerkoptimalisatie gelegen. Het is mooi dat we nu weer een forse stap voorwaarts kunnen maken.”

De ACM (Autoriteit Consument en Markt) heeft inmiddels bekendgemaakt dat er voor de overname geen vergunning vereist is. Ook de feitelijke overdracht van de aandelen heeft inmiddels plaatsgevonden. Pouw Automotive is met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 onderdeel van PGA Nederland. Bestuursvoorzitter van PGA Nederland, Simon Luijckx, is blij met de overname. “De overname van Pouw Automotive is een mooie uitbreiding van onze (merken)portefeuille en betekent voor ons een omzetgroei van zo’n 20%. In 2015 heeft onze focus vooral op netwerkoptimalisatie gelegen. Het is mooi dat we nu weer een forse stap voorwaarts kunnen maken.”

Tevredenheid met garageformules

ROSA, Relatie Onderzoek Samenwerkingsformules Autobedrijven 2015

Uitgangspunten ROSA 2015
Voor ROSA 2015 zijn 1172 leden van BOVAG, die aangesloten zijn bij een formule, per e-mail benaderd om deel te nemen aan de online enquête. In totaal hebben 397 BOVAG-leden de vragenlijst volledig ingevuld, wat overeen komt met een respons van 33,9 procent. De respons is daarmee hoger dan in 2010 (30,6%). In totaal zijn 13 garageformules beoordeeld. De respons per formule varieert tussen de 13,3 procent en 43,8 procent (zie onderstaande tabel). De resultaten van AD Autobedrijf, Auto Crew, Bosch Car Service en Vakgarage zijn representatief. De resultaten van Autofirst, James Autoservice en Lease Prof Service Center zijn indicatief. Voor de volgende zes garageformules was de respons te laag om tot indicatieve resultaten te leiden: Autoservice Totaal, CarXpert, Otopartner, Profile, Requal en Starga.

Waardering algemeen
BOVAG bedrijven waarderen hun relatie met hun garageformule gemiddeld met een 7,7 (zie onderstaande figuur). Dit is 0,2 punt hoger dan in 2010. Autofirst en Vakgarage scoren bovengemiddeld. Bosch Car Service en Auto Crew scoren gemiddeld. Autofirst maakt de grootste sprong voorwaarts. Het rapportcijfer van Autofirst stijgt van een 7,4 naar een 8,1. Wat verder opvalt is dat bij alle garageformules het gemiddelde cijfer van alle stellingen 0,8 punt lager ligt dan het algemene waarderingscijfer. Zo ligt het stellinggemiddelde voor alle garageformules samen op een 6,9 terwijl het gemiddelde algemene waarderingscijfer een 7,7 is. Dit kan betekenen dat de bedrijven niet elke stelling even zwaar laten meewegen in hun algemene oordeel of dat zij, ondanks hun kritiek op specifieke punten, over het algemeen best tevreden zijn over hun garageformule.

Garageformules in het nieuws

datum: 09.05.2016

Merkspecialisten nieuwe garageformule: Autoservice Netwerk

ABC Automotive, PCA en Vetos, de verenigingen voor merkspecialisten van Peugeot, Citroën en Toyota, startten deze maand met de uitrol van een nieuwe universele garageformule: Autoservice Netwerk. Het concept staat open voor alle autobedrijven.
Autoservice Netwerk is een initiatief van PCA, Vetos en ABC Automotive, het adviesbureau dat achter de schermen zorgt voor de uitvoering van PCA en Vetos en via partners ook voor die van VSR (Renault-specialisten) en MBSG (Mercedes-Benz specialisten). ABC Automotive lanceerde eerder al de klantenkaart met PCA en Vetos.

“We zitten vaak aan tafel met leasemaatschappijen die best met onze leden willen samenwerken vanwege de kwaliteit en uitstraling van de bedrijven, maar de omvang van het netwerk bleek steeds een obstakel”, zegt ABC-eigenaar Jur Ooijman (foto links).

“Leasemaatschappijen willen landelijke dekking, zodat hun berijders altijd bij een van de deelnemers terecht kunnen. Zo ontstond het idee om dit breder te maken.” Aanvankelijk zocht ABC Automotive het in een samenwerking tussen PCA , Vetos en de mede merkspecialistenverenigingen, maar afgelopen voorjaar is samen met de PCA en Vetos besloten om onder een nieuwe naam, Autoservice Netwerk, op zoek te gaan naar invulling van de nog lege plekken.

Mivar verplicht
“Vanaf de start hebben we nu al ruim 50 deelnemers (alle PCA- en Vetos-leden samen), maar we streven naar 100 tot 120 leden”, aldus ABC-collega Patrick van Beek (foto rechts). Bedrijven die zich willen aansluiten bij Autoservice Netwerk moeten minimaal Bovag-lid zijn en willen investeren in een uitgebreid Micheck-softwarepakket van Mivar. “Naast de kennis van de meest recente autotechniek en de apparatuur om er aan te werken kunnen ze via Micheck middels Tecmanuals en Tecadjust beschikken over de handleidingen en onderhoudsschema’s van alle modellen. Verder zit Miquote er in waarmee ze ook gespecificeerde prijsopgaven aan particuliere auto’s kunnen doen.”

Autoservice Netwerk wil zich onderscheiden van andere concepten en merkdealers, door altijd een prijsopgave te bieden zowel op basis van originele onderdelen als ook aftermarket-, gereviseerde, of gebruikte onderdelen. “Een dealer zit meestal vast aan het originele onderdeel met de bijbehorende hoge prijsstelling. Onze leden zijn vrij om die delen te gebruiken die de klant nodig heeft en dit in te kopen waar ze willen.”

Gedwongen winkelnering
“Ze kunnen gebruik maken van de groepsinkoopvoordelen die we onder andere hebben bij Vrooam, diverse olie-leveranciers en originele delen van elders in Europa. Dat bepaalt de dealer zelf. We doen in tegenstelling tot andere universele concepten niet aan gedwongen winkelnering. Onze leden moeten zich teamleden voelen binnen ons netwerk, met inspraak.”

Nieuwe deelnemers betalen een entree fee van 1.500 euro en vervolgens 3.000 euro per jaar waarbij het gebruik van Micheck en de noodzakelijke modules en Miquote zit inbegrepen. Daarnaast bestaat het concept uit diverse huisstijlmaterialen, zoals gevelreclame, gevelschild, advertentiemateriaal, tools voor verzekeringen en financieringen, marketing materialen, een mobiliteitspas, vervangend vervoer mogelijkheden, auto-inkoop, apk-oproepmailings, een taxatietool en een voorraadbeheertool. “En niet te vergeten de huidige en de komende afspraken met de verschillende leasemaatschappijen.”

Lees meer
Aumacon gebruikt cookies om de site goed te laten functioneren voor analysedoeleinden en om u van relevante advertenties te voorzien.
Voor meer informatie zie ons cookiebeleid. Blijft u onze site gebruiken dan gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
accept2